Mensen vragen zich wel eens af of het wel verantwoord is om vlees te eten. Deze interne vraagstelling noemt men de “vleesparadox”.
Wat is een paradox?
Paradox betekent letterlijk ‘tegen de verwachting ingaand’. Para betekent in klassiek Grieks ‘tegen’ en dox komt van het werkwoord dokein betekent ‘zich voordoen, lijken, denken’.
Als je dus praat over een paradox, heb je het over iets dat op het eerste zicht elkaar tegenspreekt maar toch meer gemeenschappelijk blijkt te hebben dan je denkt.
De vleesparadox
Wanneer je nadenkt over hoe vlees geproduceerd wordt, wordt het eten van vlees een stuk minder aantrekkelijk. Toch houdt het veel mensen niet tegen om dagelijks hun portie vlees naar binnen te werken.
Mensen zoeken, soms onbewust, naar excuses om hun gedrag goed te praten. We verstoppen ons dan vaak achter tradities, religie of andere excuses opdat we ons zéker niet schuldig zouden voelen.
Vlees doorheen de geschiedenis
De mens eet vlees, en dat is al miljoenen jaren zo. De eerste bewijzen daarvan konden wetenschappers terugvinden in Ethiopië. De mens begon als aaseter: vlees dat voorhanden was, werd opgegeten.
Doorheen de jaren evolueerde dat en werden we jagers. Maar al snel bleek dat zelf dieren doden om ze op te eten emotioneel niet altijd een makkelijke klus was.
Bij het ontstaan van de eerste nederzettingen gaf men het doden van dieren een plaats door het te koppelen aan religie. Zo kon men een dier enkel doden en consumeren indien het eerst geofferd werd aan de goden. Op die manier was vlees een bijproduct van het offer en moest men zich niet schuldig voelen over het doden van een dier.
Bij vele nomadenstammen mocht een dier enkel volgens bepaalde rituelen worden gedood opdat de geest van het dier daarna herboren kon worden.
Alle rituelen, van het offeren tot het geloof in reïncarnatie, zijn manieren om onszelf goed te praten. Het zijn excuses die ervoor zorgen dat het doden en eten van dieren niet te zwaar op ons gaat wegen.
Vlees in onze huidige maatschappij
Vandaag sluiten we in het Westen de ogen voor het feit dat we dieren doden om ze te eten. Ondanks de overvloed aan informatie die ons bereikt over de praktijken in de vleesindustrie, hebben velen van ons de neiging die informatie naar de achtergrond te schuiven en gewoon verder te gaan met onze dagelijkse bezigheden. Voor velen betekent dat simpelweg doorgaan met het consumeren van vlees.
De culturele gewoonte om vlees te eten noemt men ook wel het ‘carnisme’. Het is essentieel om ons bewust te worden van wat carnisme inhoudt en hoe het werkt, zodat we de vrijheid hebben om bewuster te kiezen wat we eten. Zonder dit bewustzijn is echte keuzevrijheid niet mogelijk.
Winkels doen lustig mee
Winkels en bedrijven scheiden bewust het beeld van 'voedsel' en 'levend wezen' van elkaar. Op vleesverpakkingen zie je vaak icoontjes, tekeningen of afbeeldingen van dieren in een natuurlijke omgeving, maar een close-upfoto van het dier zelf ontbreekt. Dit gebeurt om één eenvoudige reden: men probeert te voorkomen dat consumenten een connectie maken tussen het dier en het vlees dat ze consumeren. Het doel is om het gevoel van schuld of ongemak te vermijden, in de hoop dat consumenten het product zullen blijven kopen.
Exact hetzelfde geldt voor reclame. Daar zien we steeds opnieuw gelukkige dieren, die de tijd van hun leven hebben. Soms lijkt het wel alsof ze met het grootste plezier op ons bord willen belanden.
In werkelijkheid komt het overgrote deel van het vlees dat we in België consumeren uit de intensieve veehouderij. Hier worden dieren gekweekt met als enige doel zo veel mogelijk winst te maken. Het leven van dieren in de intensieve veehouderij is ronduit miserabel. Ze worden er gehouden onder omstandigheden die verre van ideaal zijn, maar dit wordt vaak verhuld in reclames, die een rooskleurig beeld schetsen.
Bronnen:
- Proveg.com
- https://www.scriptiebank.be/sites/default/files/thesis/2017-09/Van%20Doorslaer%20Els%20-%20Thesis%20Vleesconsumptie%20en%20Vegafobie.pdf
- The meat paradox – Rob Percival
- Why We Love Dogs, Eat Pigs, and Wear Cows – Melanie Joy